De Centrale Bank van Suriname (de Bank) heeft via de media berichten opgevangen alsof informatie over bankrekeningen van rekeninghouders bij onze bankinstellingen binnenkort met de Belastingdienst gedeeld zal worden. In reactie op deze tendentieuze berichtgeving wenst de Bankpresident, Drs. Glenn H. Gersie, zich persoonlijk tot de gemeenschap te richten met de volgende verklaring.

Elk bericht met als inhoud dat het bankgeheim geschonden wordt, of zal worden, is geheel van elke grond ontbloot. Ik wens met klem te benadrukken dat informatie van rekeninghouders bij banken onder strikt bankgeheim valt en niet met de Belastingdienst noch met andere onderdelen van de Staat gedeeld wordt. De Minister van Financiën heeft zich recent ook in het openbaar over uitgesproken  dat zijn Ministerie zich niet bemoeit met de tegoeden van het publiek bij het bankwezen; niet met haar tegoeden in onze eigen munt en ook niet met haar tegoeden in vreemde munt. Ook uitspraken van de Minister ten aanzien van het autonoom optreden van de Bank, strekken tot geruststelling.

De Centrale Bank van Suriname verklaart onherroepelijk dat tegoeden van het publiek bij ons bankwezen in elke muntsoort veilig zijn en dat zij zich zal blijven beijveren om ons financieel bestel stabiel te houden.

Op de samenleving in het algemeen wordt daarom een beroep gedaan om geen aanstoot te nemen aan berichten en/of geruchten die met een andere strekking verspreid worden.

 

Stelt u uw tegoeden veilig in handen van onze banken en onderneem geen handelingen die een gevaar vormen voor onze economie en die bovendien uw eigen veiligheid in gevaar zullen brengen.

 

Paramaribo, 27 augustus 2016

Drs. Glenn H. Gersie

President van de Centrale Bank van Suriname

De Centrale Bank van Suriname heeft heden verdere invulling gegeven aan de omslag die zij maakt bij het voeren van een passief naar een actief monetair beleid. Met de invoering van openmarktoperaties is nu het tijdperk van actieve monetaire politiek ingeluid. Vandaag zijn nieuwe faciliteiten aan de algemene banken in Suriname aangeboden op grond waarvan zij in de gelegenheid worden gesteld om korte termijn beleggingen, waaronder “overnight” deposito’s, bij de Centrale Bank te plegen of om kort krediet bij de moederbank op te nemen.

Het doel van de nieuwe beleidsvoering is om de liquiditeitenmassa effectief te kunnen beïnvloeden, opdat stabiliteit van het prijspeil kan worden verkregen en worden bestendigd. De beïnvloedende factor binnen dit geheel is de rentevoet. Spaar- en bestedingszin worden daardoor bepaald en volgens verwachtingen van de Bank zal sparen en beleggen door het publiek al op heel korte termijn veel aantrekkelijker worden.  De uitdaging op iets langere termijn ligt op het vinden van de rentevoet, waarbij zowel sparen als investeren goed gedijen opdat de doelstelling van economische groei kan worden verwezenlijkt.

 

President Glenn Gersie van de Centrale Bank heeft sinds zijn aantreden in februari van dit jaar tijdens diverse besprekingen met de directies van de algemene banken en in uiteenzettingen voor het publiek, de beleidsrichting en de nieuwe (toen nog voorgenomen) instrumenten besproken en uiteengezet. De Centrale Bank heeft daarbij volledige ondersteuning van de algemene banken toegezegd gekregen.

Terugblikkend kan gesteld worden dat het voeren van openmarkt politiek al sinds het begin van de jaren 90 werd nagestreefd maar dat het door de jaren heen, ondanks serieuze initiatieven op diverse momenten, niet van de grond is gekomen. De enige significante wijziging kwam aan het begin van de jaren 2000 toen het kredietplafondarrangement door de kasreserveregeling werd vervangen. Met de huidige introductie van openmarktoperaties, wordt de kasreserveregeling volstrekt niet aan een kant gezet. Dat instrument blijft gehandhaafd maar krijgt vanaf nu feitelijk de status van “sluitstuk van beleid”. Dat betekent zoveel als dat daar waar openmarktoperaties nog net tekort schieten om het gewenste monetaire effect te bereiken (er is nog teveel of te weinig liquiditeit in omloop) dat bijstellen van het kasreservepercentage” daadwerkelijk het beoogde effect moet opleveren. Het is daarom van groot belang dat de Bank zich voortdurend een goed beeld schetst van de stand van de liquiditeiten in omloop en de groei of afname daarvan op korte termijn. Binnen dat geheel weet de Bank zich goed ondersteund door het Ministerie van Financiën.

 

Zoals eerder beschreven wordt het geheel nu dus aangevangen met Depositoveilingen, een Overnight Depositofaciliteit, een Intra-dagelijkse liquiditeitsfaciliteit en een Beleningsfaciliteit. Met de eerste twee wordt beoogd om enerzijds liquiditeit aan het financieel systeem te onttrekken en anderzijds om een fonds te vormen voor kort krediet van de Centrale Bank aan de algemene banken. Zo wordt rendabel liquiditeitsmanagement tot stand gebracht. Immers, op gelden van de algemene banken die gewoon op hun rekeningcourant bij de Centrale Bank blijven liggen, wordt helemaal niets verdiend.

Vanwege de Intra-dagelijkse liquiditeitsfaciliteit en de Beleningsfaciliteit kunnen algemene banken leningen bij de Centrale Bank opnemen en wel als volgt:

  1. Intra-dagelijkse leningen zijn leningen gedurende de dag; een lening vanochtend opgenomen, moet vanmiddag voor sluiting van de Bank weer zijn afgelost;
  2. Bij beleningsfaciliteiten kunnen bankinstellingen voor ten hoogste twee keren tijdens een kasreserveperiode (voorlopig is die periode nog een week) met een looptijd van een dag krediet bij de Bank opnemen.

 

Voor het gebruikmaken van het systeem van de permanente faciliteiten is zonder meer onderpand nodig. Vooralsnog accepteert de Bank slechts schatkistpapier als onderpand, maar het ligt in de lijn der verwachtingen dat ook andere waarden of waardepapieren in de toekomst als onderpand zullen kunnen kwalificeren.

 

De Centrale Bank tracht met de invoering van deze nieuwe instrumenten de samenleving conform de aan haar bij wet opgelegde taken te dienen door stabiliteit na te streven. De uitkomsten van de nieuwe beleidsbenadering moeten zich laten kenmerken door zorgvuldig liquidi­teits­beheer en effectief monetair beleid. Belangrijk is te herkennen dat het financieel systeem in transitie is en dat zowel bij de Centrale Bank als de algemene banken institutionele wijzigingen (zullen) optreden. Door al datgene dat zich nu voltrekt is de geldmarkt in Suriname in opmars en ligt de ontwikkeling van de kapitaalmarkt nog maar net in het verschiet.

 

 

Centrale Bank van Suriname

30 juni 2016

 

Exchange RatesMarch 09th and until further notice

Currency Buying Selling
USD 14,018 14,290
EUR 16,628 16,959
GBP 19,396 19,782
ANG 7,699 7,852
AWG 7,784 7,939
BRL 2,438 2,485
TTD 2,063 2,103
BBD 6,907 7,044
XCD 5,190 5,293
PER 100 GYD 6,657 6,790

Gold CertificatesMarch 09th and until further notice

Coupon SRD
5 gram 7.814,97
10 gram 15.629,94
50 gram 78.149,69
100 gram 156.299,39
500 gram 781.496,94
1000 gram 1562993,88
Gold LME: USD 1.701,00 /tr.oz.

Inflation

    Average End-of-period
2012   5.0 4.3
2013   1.9 0.6
2014   3.4 3.9
2015   6.9 25.1
2016   55.5 52.4
2017   22.0  9.2 
2018   6.8# 5.4 
2019   4.4#  4.2 
2020   34.9 60.8
       
2021   Month-to-month Year-to-year
Jan   2.6 63.8
Feb   1.3 61.9
Mar   2.1 50.4
Apr   3.5 44.4
May   4.2 43.6
Jun   10.8 54.0
Jul   5.7 58.9
Aug   11.6 74.4
Sep*)   1.3 69.5

*) Preliminary figures

# 10-months inflation (Computations without data for May and June)

 

Gewogen Gemiddelde Koersen26 oktober - 15:00u (Bankpapier)

Geldsoort Aankoop Verkoop
USD 21,381 21,633
EUR 23,915 24,085
GBP 29,509 30,094
ANG 11,748 11,980
AWG 11,878 12,114
BRL 3,844 3,920
TTD 3,145 3,207
BBD 10,540 10,749
XCD 7,919 8,076
PER 100 GYD 10,160 10,361
CNY 3,351 3,418

GoudcertificatenOktober 26

Coupure SRD
5 gram 12.537,47
10 gram 25.074,95
50 gram 125.374,73
100 gram 250.749,47
500 gram 1.253.747,34
1000 gram 2.507.494,68
Gold LME: USD 1.805,20 /tr.oz.

Gewogen gemiddelde toegewezen OMO rente

Veiling ID Veiling Datum Rente (%)
CBTD211020-1W 2021-10-20 19,8
CBTD211013-1W 2021-10-13 19,0
CBTD211006-1W 2021-10-06 17,9
CBTD210929-1W 2021-09-29 17,7

Rente Beleningsfaciliteit

Veiling ID Veiling Datum Rente (%)
CBTD211020-1W 2021-10-20 39,6
CBTD211013-1W 2021-10-13 22,8
CBTD211006-1W 2021-10-06 21,5
CBTD210929-1W 2021-09-29 21,2
Weekbalans

Inflatie

    Average End-of-period
2012   5.0 4.3
2013   1.9 0.6
2014   3.4 3.9
2015   6.9 25.1
2016   55.5 52.4
2017   22.0  9.2 
2018   6.8# 5.4 
2019   4.4#  4.2 
2020   34.9 60.8
       
2021   Month-to-month Year-to-year
Jan   2.6 63.8
Feb   1.3 61.9
Mar   2.1 50.4
Apr   3.5 44.4
May   4.2 43.6
Jun   10.8 54.0
Jul   5.7 58.9
Aug   11.6 74.4
Sep*)   1.3 69.5

*) Preliminary figures

# 10-months inflation (Computations without data for May and June)